Uit een interview met het Eindhovens Dagblad in verband met de oprichting:
De drang tot het uitoefenen van de hobby flightssimulator kan er al jong inzitten. Veel jongetjes geven, als je ze vraagt wat ze willen worden, het beroep van buschauffeur of piloot op. Als je dan later in de techniek gaat, je houdt de ambitiie voor piloot, je krijgt dan te maken met de computer en je ontdekt dat er "flightsimulator programma’s" bestaan, dan heb je wel ongeveer de ingrediënten die er voor zorgen dat je deze hobby gaat uitoefenen.
Ik had kennelijk die ingrediënten. Reeds in 1958 heb ik 3 maanden als volontair bij Fokker op Schiphol gewerkt en in de eerste F27 van Air Lingus propellermetingen gedaan.  Het had ook maar weinig gescheeld of ik had bij Boeing in Seattle (USA) gewerkt. Ik woonde in de 70' ger jaren in het Gooi en stond regelmatig bij Schiphol te spotten. Later kocht ik een scanner om vliegtuiggesprekken af te luisteren. Gezagvoerder kon ik niet worden; daarvoor had ik te slechte ogen. De ambitie is echter altijd gebleven.
In mijn Philips-periode, toen de PC opkwam heb ik voor het eerst kennis gemaakt met de flightsimulator op de computer, niet te verwarren met de flightsimulatoren die gebruikt worden voor het opleiden en op niveau houden van professionele piloten. Alhoewel; je hoort van piloten dat het vliegen met de computer-flightsimulator een behoorlijke kopie is van de werkelijkheid (zeker wat het navigeren betreft.). Het is zelfs moeilijker vooral bij het landen omdat je het gevoel mist en minder zicht hebt. Dat is een extra moelijjkheidsgraad die oefening vergt.

Bij Philips had ik zo tussen de middag wel eens eens een stukje gevlogen maar echte kick kreeg ik toen ik op de jaarlijkse Nationale Flightsimdagen in het Aviodome zag wat er allemaal mogelijk was. Toen was het hek van de dam en ben ik meteen lid geworden van een flightsimclub in het ‘t Gooi. Daar heb ik mijn eerste ervaring opgedaan. Toen ik met pensioen ging heb ik een nieuwe computer gekocht en ben ik individueel van start gegaan om de noodzakelijke kennis te vergaren. Veel boeken heb ik doorgeworsteld.

Op een gegeven moment heb ik mijn eigen flightsimclub “FLY UNITED” opgericht. Tijdens een bijeenkomst zit je dan met elkaar in een ruimte met je hele hebben en houden; ook een hele organisatie. Via een netwerk ben je met elkaar verbonden en maak je dan onder begeleiding van de ATC (Air Traffic Control) bepaalde vluchten van baken (VOR's en NDB's) naar baken. De route van vertrek respectievelijk aankomst  vindt plaats via vaste procedures; opstijgen via SID's (Standard Instrument Departure) en landen via STAR's (Standard Terminal Arrival Route).
Je moet niet bang zijn voor een paar Engelse kreten want dat is de voertaal voor de luchtvaart. Zeker niet als je de echtheid gaat opvoeren door met elkaar te gaan communiceren en een verkeerstorenrol gaat invoeren. Eerst doe je dat dan doordat je onderling wat opdrachten en bevestigingen over de tafel roept. Al gauw groeit dat uit tot het verlangen om dat te doen zoals dat normaal in de luchtvaart ook gaat, met ATC (Air Traffic Control). Wie wel eens betreffende programma’s op TV bijgehouden heeft (o.a. Cockpit) heeft wel een idee waar het over gaat.

Alles met alles is die maandelijkse bijeenkomst een knotsgezellige aangelegenheid waarbij iedereen wel wat nieuws te melden heeft; hetzij over een nieuwe Scenery, Aircraft of Panel die men gedownload heeft of over bepaalde problemen waar men absoluut niet uit komt. Dat resulteert ook al gauw dat je elkaar 's avonds eens belt; een sociaal aspect voor wie er behoefte aan heeft.

Uit een interview met Groot Eindhoven i.v.m het een-jarig bestaan:
EINDHOVEN – Je kunt naar Azië, Australië of Amerika. Hou je het liever dicht bij huis, dan vlieg je naar Brussel of Amsterdam. Met de flightsimulator kun je overal naar toe.  In slecht weer, met zon, overdag of ’s nachts, met of zonder handicaps. De Brabantse flightsimulator club FLY UNITED bestaat deze maand een jaar.

Door Karlijn Meulman

Henk Hagreis is altijd al gek geweest van vliegen. Hij liep stage bij Fokker en solliciteerde naar een baan bij Boeing, maar kwam uiteindelijk bij Philips terecht. “Die interesse in vliegen is echter altijd gebleven”, vertelt hij. “Ik begon met computers te werken en rond mijn vijftigste ontdekte ik de flightsimulator. Tussen de middag zat ik daar al weleens mee te oefenen. Toen ik met pensioen ging, heb ik een computer met flightsimulator gekocht en heel wat boeken doorgeworsteld om alle noodzakelijke kennis te vergaren.”
Henk bezocht de nationale flightsimdagen in het Aviodome en werd enorm enthousiast over de vele mogelijkheden. Hij werd lid van een club, maar gaf dat lidmaatschap na een half jaar op om zijn eigen club te beginnen. “In Brabant was zoiets er nog niet”, zegt de voorzitter. “Ik ben weer naar de nationale flightsimdagen gegaan, in de hoop dat er mensen op mijn initiatief af zouden komen" Veertig mensen waren geïnteresseerd. Momenteel heeft FLY UNITED tien enthousiaste leden, van jong tot oud.”

Veel oefenen:
Het is wel een hobby waar je veel voor over moet hebben. Ten eerste moet iemand gek zijn van vliegen in het algemeen en het flightsimmen in het bijzonder. “Om je het vliegen met de simulator eigen te maken, moet je veel oefenen”, weet Henk. “Zo’n uur, anderhalf per dag heb je wel nodig. Alleen goed leren taxiën kost je al een paar weken. Wil je het hele programma een beetje onder de knie krijgen, dan ben je wel een jaar bezig.”
Eens in de maand houdt de club een bijeenkomst op de thuisbasis in het Novotel bij Eindhoven Airport. Daar wordt gevlogen, informatie uitgewisseld en gedownloade toestellen, sceneries en panels bekeken. Dat betekent voor de leden dat ze eens in de maand hun computer thuis moeten afbreken, die op locatie weer opbouwen en andersom. Dat is een hoop werk. “Tijdens de bijeenkomst zijn we de hele dag bezig met vliegen, meestal twee vluchten”, legt Henk uit. “We spelen dan alles na wat op technisch gebied in het vliegtuig gebeurt.”
De leden gaan niet zomaar achter de computer zitten. Eerst wordt een gedetailleerd flightplan gemaakt, waarop precies staat welke terminal de piloot moeten hebben, wie meevliegen, waar naartoe en hoe de route is.  “We vliegen en navigeren volgens de gangbare procedures, van baken naar baken”, zegt Henk. “Vervolgens stellen we zelf alle instrumenten in, volgen we de aanwijzingen vanuit de verkeerstoren op en wachten we tot we kunnen vertrekken. We spelen de hele vlucht zo waarheidgetrouw mogelijk na. In het echt zijn er nu ook hele geavanceerde systemen waarbij de piloten grotendeels op de automatische piloot kunnen vliegen, maar wij doen zoveel mogelijk zelf.”

Zelf instellen:
De piloten kunnen alles zelf kiezen en instellen: de toestellen, alle mogelijke weersomstandigheden, elke bestemming, dag, nacht.  Bovendien kunnen er handicaps ingevoerd worden, bijvoorbeeld een brandstoftekort, een motor die uitvalt. “Dat moet je zelf op zien te lossen en dus kan het ook weleens mis gaan”, erkent de voorzitter. “Dat is juist ook het spannende: als je met meer mensen vliegt, wil je natuurlijk niet afgaan. Je probeert alles zo perfect mogelijk te doen en dat betekent dat je heel ingespannen bezig bent. Je moet echt overal aan denken.”
De clubleden vliegen met drie systemen, via een netwerk.  De multiplay-session, waarmee de vliegers elkaar kunnen zien, het radarprogramma, waarop de verkeerscontrole de vliegtuigen kan volgen en de ATC (Air Traffic Control). Hierbij kunnen de vliegers en de verkeerscontrole met elkaar communiceren. Alle vliegers zitten met een koptelefoon en microfoon achter de computer. De verkeersleider moet de piloten veilig door de lucht loodsen.  Ook hiervoor wordt door de leden zelf een compleet draaiboek geschreven.  “Een hele uitdaging”, aldus de voorzitter.